Frits Spits: ‘Ik vind het mooi dat liedjes met elkaar een geschiedenis vormen”

Zeg je radio dan zeg je Frits Spits. De radiolegende bracht vorige maand zijn nieuwe boek ‘De Standaards van Spits II’ uit. Boekhopper sprak Spits over muziek, zijn nieuwe boek en het schrijverschap.

Hoe begint u met het selecteren van de liedjes die uiteindelijk in het boek komen?
Het boek is als het ware een reis door de tijd, waarbij de liedjes de tijd aangeven. Het selecteren van de liedjes begint dan ook door heel veel muziek te luisteren. Daarna ben ik begonnen met het samenstellen van het boek. Voor mij werkt dat als het samenstellen van een radioprogramma. De nummers moeten in harmonie zijn, ze moeten op elkaar aansluiten.

Wat maakt een liedje een goed liedje voor u?
Dat heeft te maken met de tekst van het lied. Het moet een tekst zijn die verder gaat dan ‘ik hou van jou, ik blijf je trouw’. Het moeten liedjes zijn met mooie originele woorden en mooie gedachten. Gedachten die je zelf niet zo snel onder woorden zou brengen. En uiteraard moeten de liedjes ook een goede melodie hebben, dat is erg belangrijk. Het moet goed in balans zijn. Daarnaast let ik er ook altijd op of een lied in een radioprogramma zou passen, ik ben en blijf een radiomaker pur sang.

‘Ik las wel eens een hoofdstuk terug en dacht: ‘verrek, heb ik dat nou geschreven?’’

Welk liedje uit dit boek raadt u aan jongeren aan om een keer te luisteren?
Zeker ‘Laten we dansen’ van Diggy Dex, ‘Guus’ van Kiki Schippers en ‘Ik heb een man gekend’ van Yentl & De Boer. Maar eigenlijk zijn alle liedjes geschikt voor jongeren, ik maak nooit onderscheid in de doelgroep. Een liedje moet goed zijn, daar gaat het meer om. Daarnaast geeft het boek jongeren ook de kans om andere liedjes te ontdekken. Neem bijvoorbeeld ’n Beetje van Teddy Scholten, dat zal waarschijnlijk niet zo bekend zijn onder jongeren, maar nu leren ze het wel kennen. Zo werkt dat ook met een radioprogramma. Door radioprogramma’s maak je kennis met liedjes die je nog nooit hebt gehoord. Daarom is het ook zo leuk om dit boek samen te stellen, te luisteren naar de muziek en erover te schrijven. Ik vind het mooi dat de liedjes met elkaar een geschiedenis vormen.

Waarom heeft u er voor gekozen om de verhalen achter de liedjes te vertellen in boekvorm?
In eerste instantie was het een idee van een platenmaatschappij om dit boek te maken. Ze wisten dat ik een grote voorliefde voor Nederlandstalige muziek heb. Het zou een soundboek worden, maar de verhalen werden steeds langer. Er is zoveel te vertellen over Nederlandstalige muziek. De uitgeverij opperde uiteindelijk het idee om er een echt boek van te maken. Ik ben als een gek gaan schrijven, wat resulteerde in twee mooie boeken. Het was een feest om ze te schrijven. Ik las wel eens een hoofdstuk terug en dacht: ‘verrek, heb ik dat nou geschreven?’. Ik zie mijzelf niet als schrijver, maar begin het wel steeds leuker te vinden om te schrijven. Om je gedachtes zo te formuleren dat je je gevoel over kunt brengen. Maar ook om objectief te kijken naar de kwaliteit van de liedteksten. Kijk bijvoorbeeld naar ’n Beetje. Het is leuk liedje, maar als je verder kijkt en ziet hoe het rijm in elkaar zit, dat in dit nummer wordt gezongen, dan zie je hoe kunstig dat is. Dat ontdek je als je je verdiept in zo’n liedje.

‘Ik ben en blijf een radiomaker pur sang’

Zijn er liedjes, die niet in dit boek staan, die u er achteraf nog in had willen plaatsen?
Jazeker! Er is dit jaar bijvoorbeeld een album uitgekomen van een Belgische band Kommil Foo, op dat album staat een lied ‘Huis van Fluweel’. Ik vind het echt verschrikkelijk dat ik te laat ben om dat liedje nog mee te nemen in het boek. Dat is z’n fantastisch mooi nummer. Muziek gaat altijd door en er komen altijd mooie liedjes bij die zo in het boek hadden kunnen staan.

In het voorwoord schrijft u dat het niet de bedoeling was om een tweede deel van ‘De Standaards’ te maken. Gelukkig kwam dat er wel! Bent u van plan om ook nog een derde deel te maken?
Nee, ik denk het niet. Ik vind dat deze twee delen een mooi beeld geven van de geschiedenis van het Nederlandse lied. Ik denk dat ik met een derde deel teveel in herhaling ga vallen. Maar je weet maar nooit, nu ga ik in ieder geval eerst van dit boek genieten.

Ik stel deze vraag aan alle schrijvers die ik interview, als er een boek over uw leven geschreven zou worden, wat zou dan de titel en de verhaallijn zijn?
Ik vrees dat mijn leven niet interessant genoeg is voor een boek. Maar als ik een titel zou moeten uitzoeken dan zou ik denk ik kiezen voor ‘Op zoek naar programmageluk’. Dat is het eigenlijk ook, dit boek maakt mij gelukkig maar een mooi radioprogramma ook.

‘De standaards van Spits II’ is zowel online als in de boekhandels te koop.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *