Lieneke Dijkzeul: “Een voorbeeld moet je niet willen hebben, dat beperkt alleen maar”

Ze begon als jeugdboekenschrijfster maar maakte in 2006 de overstap naar misdaadliteratuur. In 2006 maakte Paul Vegter zijn opwachting bij het publiek in het alom geprezen ‘De Stille Zonde‘. Lieneke is sinds die tijd niet meer weg te denken uit het genre misdaadliteratuur. Boekhopper praat met Lieneke Dijkzeul over het door haar geliefde genre.

Waarom bent u misdaadliteratuur gaan schrijven?

Dat was geen vooropgezet plan. Ik had alleen maar een goed idee voor een thriller en ik had ,omdat het schrijven van scenario’s voor een jeugdtelevisieserie een jaar stillag, de tijd om het uit te werken. Plus dat het, na 15 jaar kinderboeken schrijven, een enorme uitdaging was om het te proberen. Het was een grote voldoening toen het bleek te lukken.

Hoe ontwikkelt u het hoofdkarakter voor een detectiveroman (Paul Vegter)?

Als je een reeks wilt schrijven is een karakter ontwikkelen een natuurlijk proces. Dat geldt voor elk genre. In elk nieuw boek gebeuren er dingen, je vraagt je af: hoe reageert mijn personage daarop? Iedereen heeft een beroeps- en een privéleven. Het is interessant om die twee op een logische manier met elkaar te verbinden.

“Maar zoals met alle hypes, het waait over”

Veel misdaadliteratuur schrijvers geven aan actualiteit te gebruiken. In hoeverre hebben actuele maatschappelijke onderwerpen invloed op uw verhalen?

Ik ben niet specifiek op zoek naar een maatschappelijk onderwerp, in de zin van ‘dit is actueel, dus hier schrijf ik over’. Maar natuurlijk komen dergelijke onderwerpen langs als je ,zoals ik,  sociaal-realistische thrillers schrijft. Ook een auteur staat midden in de maatschappij, dus sijpelt de actualiteit nu en dan door in je boeken. Ik weet nog niet of ik actuele gebeurtenissen ga behandelen in mijn nieuwe boek. Als het iets bijzonders betreft dan ja. In het andere geval neem ik het zijlings mee.

Wat is u favoriete detectiveroman?

Ik heb niet een favoriet. Ik kan Sjöwall&Wahlöö noemen met hun reeks rond inspecteur Martin Beck, maar ook Ruth Rendell met haar Inspector Wexford, of Patricia Highsmith met haar boeken over Tom Ripley, een eersteklas gewetenloze schurk. Wat deze boeken gemeen hebben is dat ze verhalen van heel gewone, maar interessante mensen die in bijzondere situaties verzeild raken.

Wie zijn uw voorbeelden?

Een voorbeeld moet je niet willen hebben. Dat beperkt alleen maar, en in het ergste geval leidt het tot imitatie. Niets is dodelijker dan dat.

Is er sinds 2006 veel veranderd in het genre?

Wat opvalt is dat de zogenaamde ‘oestrogeenthrillers’ (Het tegenovergestelde van een testosteronthriller, actiethriller) populair zijn. Dat is enerzijds jammer, want het is beperkend. Maar zoals met alle hypes waait  ook dat over.

Heb je een boek gelezen van Lieneke Dijkzeul? Laat bij het commentaar weten wat je ervan vond.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *