Tamara Haagmans: ‘Schrijven is net als ademen, ik kan niet zonder’

Toen ik vorig jaar het boek ‘De mooiste dag van je leven‘ van Tamara Haagmans las, wist ik dat ze vanaf dat moment op mijn top 5 lijstje met ‘favoriete feelgoodschrijfsters’ zou staan. Haar vlotte schrijfstijl, met oog voor detail, maakt dat je haar boeken niet meer weg kunt leggen. Deze maand brengt Tamara Haagmans ons ‘Plankenkoorts‘, wederom een geweldig verhaal! Boekhopper interviewde de gezellige schrijfster via mail over dit toffe boek en het schrijverschap.

Tamara Haagmans
Foto gemaakt door: Ineke Oostveen

Hoe is het idee voor ‘Plankenkoorts’ tot stand gekomen?
‘Ik was naar de musical Evita geweest. Mijn vriendin ving tijdens die voorstelling een paar biljetten die Rene van Kooten het publiek in gooide. Ik wilde die laten signeren en stuurde hem dus een bericht of dat kon. We spraken af bij de artiesteningang van het theater, hij signeerde de biljetten, we maakten een selfie, hebben even gepraat en toen liep hij weg. Ik staarde hem na, en toen klikte er iets in mijn hoofd. Dat beeld (platte pet, lange jas, gespierde rug) was het begin van Lucas. Toen mijn uitgever dus vroeg om een nieuw boek schrééuwde dit idee bijna dat ik het moest schrijven. Het duurde letterlijk een half uur en ik had het hele boek in grove lijnen op papier staan. Dan moet je het ‘alleen’ nog even schrijven. Dat duurde na akkoord van mijn redacteur zo’n zes weken…’

Hoe heb je hoofdpersoon Mara vormgegeven, doe je daarvoor inspiratie op uit je omgeving?
‘Als ik een boek ga schrijven begint het meestal met een karakterschets inclusief foto van iemand die lijkt op wat ik in mijn hoofd heb. In dit geval was dat een Belgisch realitysterretje. Ik baseer ze dan losjes op het uiterlijk van die persoon zodat alles consequent blijft en ze niet opeens krullen heeft terwijl ze daarvoor steil haar had. Natuurlijk heeft ze ook iets van mij -de liefde voor haar opa bijvoorbeeld- maar in elk van mijn personages zit iets van mezelf. Ik ben net als Mara dol op musical en theater, ik had net zo’n band met mijn opa als Mara met de hare heeft, en Danny is echt een vriend van me. Veel komt uit mijn eigen omgeving, vriendenkring en dus zelfs uit m’n familie. Maar niet alles (Ik heb met klotsende oksels gewacht op het commentaar van mijn moeder omdat ik als de dood was dat zij zich bepaalde dingen zou aantrekken terwijl die juist níet op waarheid gebaseerd waren).’

Hoe was het om een verhaal te schrijven dat zo verbonden is met het theater, is het theater ook een passie van je?
‘Elke keer als ik in het theater ben -en dat is beschamend vaak- vraag ik me af hoe het zou zijn op dat podium te staan en te doen wat die mensen kunnen. Ik zing zelf ook. Hard. Als ik alleen thuis ben, in bad, of waar niemand me kan horen. Hoe het is op zo’n podium daar ga ik nooit achter komen, want ik heb enorme plankenkoorts… (LOL) Mijn liefde voor theater gaat zo ver dat ik naar Londen ben gegaan om ‘The phantom of the opera’ te bezoeken, en langer onderweg ben geweest dan dat ik in Londen ben geweest… Het was trouwens elke minuut dubbel en dwars waard. (De tweede keer dat ik het deed ook… ahum.) Ik hou van theater op dezelfde manier als ik van een boek hou. Even weg uit de werkelijkheid, mee in iemand anders’ werkelijkheid, ik hou ervan.’

‘Eigenlijk is dat mijn schrijfproces in een notendop: Gewoon beginnen, je zult vanzelf wel een keer ergens eindigen en hopelijk is het dan goed genoeg’

In ‘Plankenkoorts’ schrijf je op een prachtige manier over de ziekte Alzheimer, waarbij je goed inzicht geeft op de weerslag die dit heeft op de familie, waarom wilde je dit in het boek verwerken? En hoe was het om over dit onderwerp te schrijven?
‘Mijn eigen oma was de laatste jaren van haar leven een beetje ‘in de war’ zoals wij het noemden. Ze had geen Alzheimer, maar ze vergat wel heel veel. Ze dacht dat ik haar dochter was, had het steeds vaker over vroeger alsof het gisteren was… Ik ken het gevoel als iemand ineens niet meer weet wie je bent en dat vond ik vreselijk. En daar moest ik ‘iets’ mee. Ik vraag me altijd af: ‘Kan dat wel?’ Een vrolijk boek met zo’n rotziekte? Maar ook in een feelgood kan het niet alleen maar rozengeur en maneschijn zijn, dus uiteindelijk heb ik het toch gedaan. Het was wel lastig, maar gelukkig heb ik hulp gehad van mensen die wel ervaring ermee hadden.’ 

Aan het schrijven van welke scène heb je het meeste plezier beleefd?
‘Dat is met stip de scene in het bos, met de stok. Ik heb op de releasedag van Plankenkoorts allemaal filmpjes geplaatst op mijn facebookpagina, waaronder het filmpje met het verhaal achter deze scene: Mijn opa gooide óók zijn stok in de boom om een appel voor mij eruit te gooien, zijn stok bleef óók hangen in de boom, het enige verschil met mijn scene is dat ik niet degene ben die in die boom moest klimmen, maar dat mijn moeder haar nek bijna brak bij de klimpartij die nodig was om in die boom te komen… En zij had geen sexy hulpje maar alleen een vader zonder stok en een dochter die niet kon ophouden met giechelen. Het is een van mijn leukste herinneringen aan mijn opa en toen ik daar stond, in het bos, met die stok in mijn handen om dat filmpje op te nemen, liepen de tranen ook wel echt even over mijn wangen. Ik vind het prachtig dat ik dit heb kunnen vastleggen in het boek.’

Hoe ziet jouw schrijfproces eruit?
‘Ik heb wel een soort grof idee hoe mijn boek er uit moet gaan zien, maar meestal gaat het halverwege toch weer een totaal andere kant op. Dit gebeurde met ‘De mooiste dag van je leven’, en bij ‘Plankenkoorts’, (waarvan ik me voorgenomen had dat ik me aan de outline zou houden,) ging het ook weer mis. Ik schrijf organisch, en zie tijdens het schrijven wel waar het heen gaat. Niet heel erg handig, maar ik weet dat mijn boeken er zoveel beter van worden dan wanneer ik gewoon vast zou houden aan het oorspronkelijke idee. Zo heb ik wel eens iemand gehad die tijdens een eerste versie bleef leven maar in een latere versie doodging, heb ik het precies andersom gedaan en is iemand die in eerste instantie zelfmoord wilde plegen, toch blijven leven. En eigenlijk is dat mijn schrijfproces in een notendop: Gewoon beginnen, je zult vanzelf wel een keer ergens eindigen en hopelijk is het dan goed genoeg.’

Welke schrijver/boek heeft je geïnspireerd om te gaan schrijven?
‘Ik denk dat dat Stephen King moet zijn. En ‘De beproeving.’ In dat boek van 1134 blz heb ik mezelf zo vaak verloren dat het niet meer op 1 hand te tellen is. Het is mijn absolute lievelingsboek en ik lees het elk jaar minimaal 1x. Het is niet dat ik dat boek las en dacht: ‘Ik moet ook gaan schrijven,’ maar meer dat ik dacht: ‘Wat hij kan, dat wil ik ook kunnen. Ik wil ook dat mensen alles om zich heen vergeten als ze iets van mij lezen.’  Toen bleek hij ook nog een soort gids over schrijven te hebben geschreven, en dat boek is eigenlijk een soort van mijn bijbel geworden.’ 

Wat betekent schrijven voor jou?
‘Schrijven is een van de belangrijkste dingen in mijn leven. Ik zeg altijd dat het net als ademen is: Het is iets dat ik niet níet kan doen. Je kunt je adem een tijdje inhouden, maar op een gegeven moment moet je weer beginnen ander stik je. Sinds ik op mijn tiende mijn eerste dagboek kreeg is er geen dag meer voorbij gegaan zonder dat ik iets schreef. Dagboeken, verhalen, later blogposts en uiteindelijk boeken. Het is voor mij een uitlaatklep, maar ook een manier om rust in mijn hoofd te krijgen. Als ik namelijk niet schrijf, blijft het allemaal ‘hangen’. Soms spookt er een week een zin door mijn hoofd, of een woord, en daar denk ik dan de hele dag aan. Tot ik het opschrijf, en meestal heb ik dan een verhaal of het begin van een  boek in handen. Bij ‘De mooiste dag van je leven’ zag ik een bruidsjurk in een kringloopwinkel hangen. En ik bleef er maar aan denken. Ik ben al vijftien jaar getrouwd, ik had ‘m niet nodig, maar in mijn achterhoofd zat die gedachte: ‘Wie doet nou zoiets!’. Ik schreef er een kort verhaal over, maar uiteindelijk waren er zoveel zijlijntjes die ook ingevuld moesten worden en voor ik het wist had ik een boek in handen.’

‘Sinds ik op mijn tiende mijn eerste dagboek kreeg is er geen dag meer voorbij gegaan zonder dat ik iets schreef’

Ben je alweer bezig met een nieuw verhaal, en zou je daar al iets over kunnen vertellen?
‘Ik ben wel bezig met iets nieuws, maar ik weet niet of ik dat mag vertellen. Maar dat is niets nieuws, ik ben namelijk áltijd bezig met iets nieuws. Nee, weet je, ik vertel het wel als het concreet is, haha. Als we hier namelijk aan gaan beginnen zit je hier morgen nog, ik heb namelijk een levenslange voorraad verhalen in mijn hoofd waarmee ik de bieb zou kunnen vullen. In alle mogelijke genres ook nog.’ 

Als er een verhaal over jouw leven zou worden geschreven, wat zouden dan de titel en de verhaallijn zijn?                 
‘Dat is de állermoeilijkste vraag die je me zou kunnen stellen… Ik denk dat het als een horrorverhaal zou beginnen. Een meisje dat op school elke dag klappen kreeg. Altijd alleen was, geen vrienden had, in de prullenbak werd geduwd en vaker in het ziekenhuis dan op school zat. Een meisje dat net als Carrie  van Stephen King elke dag ervan droomde op gruwelijke manieren wraak te nemen. Een depressief en boos meisje dat zich verstopt, dat geen woord durft te zeggen en zich opsluit op een kamer met boeken. Boeken van Stephen King haha, over bloederige wraak en boeken vol romantiek omdat zelfs boze meisjes behoefte aan liefde hebben. En dan leert ze op een dag haar ware liefde, prins weet-ik-veel kennen en daar gaat het verhaal dan langzaam naar een feelgood. Prins weet-ik-veel leert het meisje dat het leven echt niet altijd bagger is en samen worden ze heel gelukkig en haalt de prins het boze meisje over om eindelijk te doen waar ze haar hele leven van droomt. Boos meisje is ineens een blije schrijvende vrouw, en… Ja, ik weet het. Dat zou een verschrikkelijk boek zijn dat echt niemand wil lezen. 

En dan moet ik het ook nog een titel geven? Mijn boek zou heten: ‘Op het einde komt het allemaal goed.’ (Dan is het een slecht boek én heeft het een slechte titel.)’

Plankenkoorts

Mara werkt bij het familiebedrijf van haar opa en oma: een winkel met tweedehands boeken, bladmuziek en theaterstukken. Op een dag komen er ineens tientallen mensen achter elkaar de winkel binnen. Ze halen alles overhoop en lijken op zoek te zijn naar iets, maar wat? Wat ligt er in het winkeltje van Mara’s opa en oma?

Dan komt er een knappe man de winkel binnenlopen… Hij heet Lucas, en Mara denkt dat hij ook de winkel komt slopen. Maar niets is minder waar. Wie is hij, en waarom is hij uit het niets zo geïnteresseerd in Mara?

‘Plankenkoorts’ ligt nu in de (virtuele) boekhandel, benieuwd wat Boekhopper van het boek vindt (al valt dat natuurlijk al wel te raden haha!), lees de recensie op de homepagina.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.