Short Story #1: Mijn Straat

Een tijdje geleden las ik ‘Durf te schrijven!’ van Carry Slee, een boek met tips voor iedere beginnende schrijver. Onder het motto ‘wie niet waagt, wie niet wint’ besloot ik zelf pen op papier te zetten (na meerdere app berichten van mijn zus dat ik echt eens moest gaan beginnen, dat dan wel :)) Hierbij presenteer ik je mijn eerste short story ‘Mijn straat’, een verhaal dat ik een aantal jaren geleden schreef voor een schrijfwedstrijd en nu heb aangepast naar een short story. Laten jullie mij weten wat je ervan vindt? Alle feedback is meer dan welkom!

Mijn straat

Zeventig jaar geleden stond ik hier, precies op dezelfde plek waar nu mijn schoenen tegen het asfalt van de straat tikken. Ik voel mij gifzwarte haren nog tegen mijn gezicht waaien. Mijn beste vrienden Xiau en Chong die aan mij voorbij renden, door de drukke winkelstraat, terwijl ze gekscherend mijn tas uit mijn handen trokken. En ik, ik stond daar maar. Kijkend naar de rode borden met Chinese letters die zich boven mijn hoofd bevonden. De kruidige geur van het eten dat werd gebakken door een aantal vrouwen uit de stad. Mijn moeder die over de rand van het balkon van ons, negen verdiepingen hoge appartement, alles in de gaten hield. Haar goudblonde haren glanzend in de zon.

Ik laat de geur van het eten door mijn neusgaten mijn longen in stromen en even ben ik weer terug. Even ben ik weer dat tien jarig jongetje, zo onbevangen, zo onwetend van wat de wereld allemaal te bieden heeft. Even ben ik weer dat jongetje in de drukte van de avond, waar iedereen op weg is naar huis. Naar familie, naar vrienden. Ik voel in mijn jaszak en haal een gekreukt zwart-wit fotootje eruit. Ik hou hem omhoog tegen het felle licht van een van de winkeltjes. Een man en een vrouw kijken mij lachend aan. Hij heeft zijn arm om haar schouder geslagen en zij heeft een twinkeling in haar ogen die verraadt dat ze net zwanger is. Haar ene hand heeft ze beschermend op haar buik liggen, in haar andere hand heeft ze een roos. De man zal nooit te weten komen of zijn kind een jongen of een meisje is. De vrouw sterft drie weken voordat het kind wordt geboren, tijdens een auto-ongeluk. Een vrouw in een roze jas passeert mij. Ze kijkt even over haar schouder naar de foto in mijn hand en glimlacht dan naar mij.

‘Zij weet wat ik al mijn hele leven weet’

Zij weet wat ik al mijn hele leven weet. Wat ik al mijn hele leven met mij meedraag. Zij weet zonder te vragen dat de man op de foto de man is die zij zojuist voorbij liep. 

Elk jaar weer sta ik op deze plek, de plek waar we vast kwamen te zitten in het verkeer. Waar een wat grotere auto op onze kleine gezinsauto inreed. Hoe de achterkant van onze auto langzaam veranderde in een gehavend stukje blik. Ik vouw de foto weer dubbel en stop hem terug in de binnenzak van mijn grijze jas. Elk jaar weer herinner ik mijzelf aan het moment dat de wereld even stil leek te staan. 

Ik pak de ijzeren reling die langs de straatkant loopt vast. Het koude ijzer onder mijn klamme hand voelt goed. Niet lang na de dood van mijn eerste vrouw ontmoette ik de Amerikaanse Coco. Ze was iets ouder dan ik, maar in haar doen en laten leek ze wel vijf jaar jonger. Ze was zorgzaam en raapte stuk voor stuk de stenen bij elkaar waarin ik veranderd was. We kregen twee kinderen en hoe gek het ook mag klinken, ik vond het geluk terug al was er altijd dat randje dat mij vertelde dat het ook anders had kunnen zijn.

Een bus rijdt aan mij voorbij en ik realiseer mij dat het tijd is. Het groene scherm aan de overkant wappert nog een laatste keer voordat het door de winkelier naar beneden wordt gehaald. Jeugd heeft zich aan het eind van de straat bij een winkeltje verzameld om erop uit te gaan. Het leven gaat door.

Mijn dochter staat met haar zoontje aan het eind van de straat bij de bus te wachten. Ze heeft een glimlach op haar gezicht en zodra ik dicht genoeg bij haar in de buurt ben slaat ze haar arm stevig om mijn schouders. Mijn kleinzoon kijkt mij met zijn bruine kijkers aan. “Opa!” zegt hij en zijn kleine, mollige handjes reiken naar boven. Als ik zijn kleine handje weer in mijn gerimpelde oude hand voel, weet ik dat ik dat er iemand is die mij nu harder nodig heeft dan mijn gedachten. Iemand die iedere dag beter maakt door er alleen maar te zijn. Ooit zal hij de straat vinden die als een rode draad door zijn leven loopt. De goede, maar ook de slechte herinneringen huisvest, maar vooral laat realiseren dat hij heeft geleefd. Dat hoe zwaar sommige momenten ook zijn die straat er is om houvast te bieden, te herinneren, nieuwe momenten te beleven.

1 Comment

Add Yours

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.